vrijdag 2 augustus 2019

Je kinderen zijn je kinderen niet ...

Rationeel heb ik altijd beseft dat mijn kinderen autonome mensen zijn, unieke wezens die hun eigen leven zullen leiden en die ik enkel op weg kan helpen om hun eigen pad te vinden – met mijn onvoorwaardelijke steun. Ik kan misschien enige normen en waarden proberen meegeven, maar uiteindelijk is het hun keuze om die al dan niet aan te nemen en na te leven. Het is niet aan mij om hun richting of visie te bepalen, maximaal mag ik klankbord zijn voor hun innerlijke stem. Want het grootste geschenk dat ik hen kan – moet! - geven, is de tijd en ruimte om zichzelf te vinden en te zijn.

Tenminste, dat is de theorie. In de praktijk is dat allemaal niet zo eenvoudig. Want emotioneel zijn ze steeds MIJN kinderen. Twee wezens voor wie ik een immense verantwoordelijkheid voel, voor wie ik door hel en vagevuur ga. Het moederdier in mij kan ik niet aan banden leggen, hoe graag ik dat soms ook zou willen. Die drang – dwang - om te zorgen en te beschermen, is zo overweldigend dat het mijn hele persoonlijkheid lijkt overgenomen te hebben. Vooral zoonlief bleek een hele kluif – hij is niet voor niets mijn triggerkind: het kind dat je dwingt al je grenzen af te tasten: fysiek, mentaal, emotioneel, intellectueel … Maar ik had geen keuze, ik moest die weg gaan voor hem. Maar zonder partner als echte compagnon de route om samen te zoeken, te verdwalen, te vinden, te slagen en te falen, vond ik op die weg naast nog meer vragen en enkele antwoorden, ook heel veel gure eenzaamheid.

Voor die partner moest het allemaal vooral leuk en luchtig blijven. Zodat ik de verantwoordelijkheden, zorgen en klussen steeds meer op mijn schouders laadde. En hij nog meer achterover leunde want het werd toch allemaal gedaan, zodat ik nog dieper en harder moest trappelen om het hoofd boven te houden. En zo was ons huishouden een duaal combo van – enigszins overdreven maar veelal voelde het wel zo - een jolig feestbeest en een grijze zorgmuis. Totdat ik besefte dat al mijn grenzen al jaren waren overschreden, subtiel en minder subtiel. Ik was in de uiterlijke wereld misschien niet in de steek gelaten en vernederd, maar wel mentaal, emotioneel en fysiek. Totdat ik luid ‘stop’ zei. En die partner een ex werd.

Stiekem heb ik even gehoopt dat de ex na al die tijd toch een stuk plichtsbesef zou tonen. Dat er zo, voor het eerst in lang, tijd en ruimte zou komen om uit die zorgmodus te stappen. Maar dat gebeurde dus niet. En hé, dat is OK. Ik heb mijn kinderen nooit ervaren als een last, ik doe het al zo lang – dan doe ik gewoon verder zoals ik bezig was. Een jaar lang bouw ik zo met veel liefde en toewijding aan een nieuwe cocon, een warme thuis waar mijn kinderen zich nog altijd veilig en beschermd kunnen voelen. In mijn gevoel zijn ze steeds meer MIJN en minder ONZE kinderen.

Ik wist wel dat de ex ook belangrijk bleef voor hen, en pleitte er ook voor dat ze genoeg tijd met hem doorbrachten om niet te vervreemden. Maar toen hij deze week plots aan hen vroeg om met hem naar het vuurwerk te gaan kijken, terwijl we al afgesproken hadden om samen te gaan, en ze daar meteen op ingingen, was dat een immense ontnuchtering voor mij. De woede was voor de ex want hij wist dat ik dat met hen zou doen dus waarom komt hij op het laatste nippertje af met die vraag. De teleurstelling was voor mijn kinderen omdat hij maar even met zijn vingers moet knippen en ze springen. En ik besef heel goed dat het maar om een bagatel gaat, maar het heeft me toch even koud op mijn plaats gezet. 

Ik bezit hen niet dus als ze willen gaan, moet dat kunnen zonder dat ik daar boos, verdrietig of teleurgesteld over ben. Hij stelt hen als vader minstens even veel keren teleur als hij dat deed met mij als partner, maar toch blijft hij belangrijk voor hen. Zij zijn ruimhartig en grootmoedig genoeg om dat keer op keer te vergeven en te vergeten, en om te waarderen tot wat hij wel nog in staat is. Hoe weinig hij inhoudelijk ook te geven heeft, voor hen is dat genoeg. En hoe moeilijk of pijnlijk ook, ik moet hen daarin steunen. 

De les nu is vooral: mijn kinderen zijn mijn kinderen niet. En dat ik dat nooit meer mag vergeten ... 

maandag 5 november 2018

Wat ik niet eerder deelde - deel 3


Lange tijd had ik het gevoel dat ik mentaal en emotioneel helemaal vastgelopen was. Nergens zat beweging in. Zeker niet in mijn hoofd. De hele wereld om me heen evolueerde, maar ik bleef verstard en versteend. Nu de energie weer begint te stromen doordat knopen zijn doorgehakt en situaties toch mogen evolueren, komt er stilaan ook weer beweging in het hoofd. Al gaat dat soms gepaard met echte groeipijnen. Maar ik ben vastbesloten om niet meer weg te lopen, en zeker niet voor mezelf.

Zo dwing ik mezelf sinds kort om stil te staan bij mijn gevoel en gedrag rond andere mensen. Vooral grotere groepen zijn veelal confronterend want ik merk hoe anderen probleemloos zichzelf kunnen zijn en uiten, en innig contact maken met elkaar zodat echte vriendschappen opbloeien. Terwijl ik meestal het gevoel hou een vreemde eend in de bijt te blijven, hoe hard ik ook probeer om echt deel uit te maken van de groep. Ik bén erbij, maar hóór er niet echt bij.

In kleine groepjes of 1-op-1-situaties durf ik me (meer) bloot te geven, maar in grote groepen val ik stil of begin overdreven druk te handelen omdat ik anders het gevoel krijg weg te zinken in de massa. Of ik verschuil me achter de paar mensen die ik ken en surf mee op hun contacten en conversaties zonder zelf actief deel te nemen. Met als gevolg dat ik onzichtbaar blijf. Het is quasi onmogelijk voor mij om echte conversaties met een paar mensen aan te gaan in een grotere groep, want dan word ik continu afgeleid door wat er gebeurt rond mij: geluiden, bewegingen … Het lijkt dan alsof ik niets kan filteren en alles tegelijk op me afkomt. Zodat ik me nooit kan concentreren op wat er wordt gezegd en gebeurt in mijn kleinere cirkel. Heel vermoeiend, en frustrerend.

Telkens ik te maken heb met een groep, krijg ik zo het gevoel geen toegevoegde waarde te hebben. En klinkt er steeds luider een stem in mij die commentaar levert op alles wat ik zeg en denk: Wat ben je saai. Wat zeg je nu weer, wat zal iedereen je weer vreselijk dom vinden. Niemand zit te wachten op jouw mening … Zodat ik stilval en enkel nog kan denken: wat doe ik hier? Ik hoor hier niet bij. En ik me plots vreselijk eenzaam voel midden in die groep.

En daarom heb ik keihard de knoop doorgehakt. Heel bewust en uitdrukkelijk afstand genomen van groepen, om mezelf te dwingen weer tot mezelf te komen. Misschien is er zelfs geen weg terug, en zal ik concluderen dat ik gewoon niet gedij in groep. Want zolang ik verval in kameleongedrag om toch maar leuk gevonden te worden, is deel uitmaken van groepen niet in mijn belang.

Ik heb een tijdje geleden een auteur (Brené Brown) ontdekt van boeken over verbinding, kwetsbaarheid en schaamte. Dankzij haar vind ik stilaan een taal om mezelf te begrijpen. Een eerste stap is alvast om mijn schaamte los te laten door op zoek te gaan naar wat schaamtegevoelens triggert bij mij, en deze dan te onderzoeken. Want iedereen maakt al eens een ongelukkige opmerking of zelfs ronduit een fout, doet al eens onhandig … Waarom vind ik dat bij andere mensen doodnormaal en voor mezelf onvergeeflijk? Vooral door mijn reactie, denk ik nu. Als ik mezelf in verlegenheid breng (wat helaas veel gebeurt), negeer ik dat keihard en hoop dat andere mensen het niet opmerken. Maar achter elk woord of gebaar van hen, lijk ik dan te lezen dat ze het wel hebben opgemerkt, en dat mijn (gebrek aan) reactie enkel nog meer onderstreept wat voor een sociaal onaangepaste kluns ik ben. Waardoor ik nog meer doordraai om de aandacht af te leiden. Een vicieuze cirkel. 

Nu heb ik me voorgenomen dat als ik mezelf nog eens in verlegenheid breng, al dan niet terecht, dat ik dat gewoon onder woorden probeer te brengen. Zodat we allemaal samen eens kunnen lachen en dan verder gaan. Zo krijgt het de aandacht die het werkelijk verdient: minimaal. Mezelf kennende zal het vast niet lang duren alvorens ik die theorie in praktijk kan brengen … 😉

"Alleen als we onze eigen duisternis goed kennen, kunnen we aanwezig zijn bij de duisternis van anderen." (Brené Brown)

woensdag 24 oktober 2018

Wat ik niet eerder deelde - deel 2

Intussen weten velen dat het Bollewerkje een bewoner minder telt. Voor sommigen kwam dat als een donderslag bij heldere hemel, voor anderen waren de signalen vooraf overduidelijk. Het moeilijkste was vooral dat zoveel de voorbije tijd onder de oppervlakte bleef als bewuste keuze om de jonge bewoners hier zoveel mogelijk te sparen. Want als we het doodvonnis van onze relatie uitspraken bij familie, vrienden ... zou er al eens iets over gezegd of gevraagd worden, en konden de kinderen iets opvangen. En ik wou hun zorgeloosheid niet ondermijnen: als ze het wisten, zouden ze elke stap en elk woord van ons beginnen analyseren. En zelf misschien hun woorden en daden wikken en wegen uit angst iemand van ons weg te drijven. Dat wou ik in geen geval. Vandaar de beslissing om te zwijgen. Maandenlang, en uiteindelijk zelfs een paar jaar.

Ik krijg dan ook veelal de vraag nu: waarom? En was het - achteraf gezien - ook de juiste keuze?

Mijn drijfveer was vooral de wetenschap dat ik niet gelukkig was in de relatie zoals ze was, maar dat mijn kinderen wel een zorgeloze kindertijd kenden. Ze hadden misschien geen rolmodel van een gezonde en volwassen liefdesrelatie, maar ze hadden wel een warme thuis met twee ouders die hen immens graag zagen. Een uitspraak over scheidingen van filosoof Alain de Botton was een belangrijke motivator hiervoor: “Besef dat de mogelijkheid bestaat dat je een vertrouwd gevoel van ongelukkig zijn inruilt voor een nieuwe, meer complexe vorm van ongelukkig zijn.” Want ik besefte dat uit elkaar gaan voor mij vast een opluchting zou betekenen, maar een groot verdriet voor mijn kinderen. En hun verdriet is altijd erger dan het mijne.

Maar ook al spreek je uit dat een relatie niet langer levensvatbaar is en kan je allebei leven met die gedachte, als je toch nog onder één dak blijft wonen, blijven de ergernissen (groeien). Je blijft dezelfde mensen en als er geen liefde of zelfs vriendschap meer is als bindmiddel, dan drijf je steeds verder uit elkaar. Tot op het punt dat je elkaar gewoon niet meer kan aankijken, laat staan nog iets kan vertellen op een normale manier.

Tot mijn grote spijt moest ik ondervinden dat je in het begin van een relatie het beste in elkaar naar boven haalt, en op het einde enkel nog het slechtste. Ik kreeg een gruwelijke hekel aan mezelf zoals ik geworden was thuis: permanent geïrriteerd en overspannen, cynisch, opgejaagd … Die situatie bleek dus niet langer houdbaar want ook de kinderen ontsnapten niet langer aan de oplopende spanningen. Ze hadden niet langer gewoon twee ouders die naast mekaar leefden, maar stilaan ook twee ouders die nog moeilijk door eenzelfde deur konden.

Toen ze het nieuws vernamen, waren ze dan ook totaal niet verbijsterd. Ze zijn niet dom, en al zeker niet blind. Maar wel verdrietig en teleurgesteld omdat het toch niet kon blijven zoals het was. Alles is nog pril nu en zoeken naar een nieuw evenwicht voor iedereen. Daarbij loopt veel zoals verwacht: een immens deel opluchting voor mij persoonlijk, maar een groot schuldgevoel ten opzichte van de kinderen want zij betalen de prijs: zij moeten nu pendelen tussen twee huizen, en altijd iemand missen. Zodat ze momenteel nog altijd van mening zijn dat ze toch de voorkeur gaven aan de vroegere situatie ...

woensdag 3 oktober 2018

Wat ik niet eerder deelde - deel 1


Bekend Vlaanderen heeft zopas een nieuwe campagne gelanceerd om online haat te verketteren.
 
Ik heb altijd een dubbel gevoel bij die acties. Uiteraard ben ik ook vierkant tegen online haat en andere vormen van pesterijen. Maar eerlijk gezegd geloof ik niet in dergelijke campagnes.
 
Er is nooit eerder zoveel aandacht geweest voor pesten op school, op het werk en elders. Informatie en sensibilisering vliegen ons met de regelmaat van de klok om de oren. Maar die leveren uiteindelijk geen sikkepit op.  
 
Ik heb thuis een kind dat al jaren te maken heeft met pesterijen, in alle mogelijke vormen en op alle mogelijke plaatsen, en uiteindelijk betekent al die aandacht niets. Ik durf er mijn rechterhand om te verwedden dat veel pesters zelfs voluit mee campagne voeren tegen al dat pesten. Dat ze zich niet aangesproken voelen, omdat ze gewoon niet (willen) beseffen dat wat ze doen en zeggen, ook echt wel pesten is.  
 
Het kind had in de lagere school al te maken met pesterijen. Uitsluiten, uitmaken, een duw hier en een trek daar. Soms ving ik wel eens iets op maar ik besefte pas hoe problematisch en grootschalig het was toen het kind na vijf (!) jaren voor het eerst echt sprak over wat er allemaal gebeurde, en vooral de frequentie (dagelijks). De grote aanstoker van dienst vertrok dan net van school dus veel kon ik niet meer ondernemen tegen hem, maar ik was vooral teleurgesteld in de reactie van de school. Tja, ze hadden wel door dat er gepest werd maar dan werd er eens over gebabbeld in de klas, werd eens met een vingertje gezwaaid en mochten alle betrokkenen weer dure eden zweren, en daarna was het terug naar het leven van alledag.
 
Ik stuurde het kind nog op eigen initiatief naar een assertiviteitstraining in de hoop dat het middelbaar anders zou worden. Maar ook daar – en gewoon overal waar het komt – blijkt het kind een ware magneet voor pesters. Dat ligt misschien voor een deel aan het kind: het zoekt geen aansluiting bij anderen maar houdt zich afzijdig – en zo stelt het zich uiteraard extreem kwetsbaar op voor pesters op zoek naar een slachtoffer. En dan is de vraag nog: blijft het kind afzijdig omdat het alle vertrouwen in leeftijdsgenoten verloor na al dat gepest? Of wordt het gepest omdat het zich afzijdig houdt? Waarschijnlijk beide. En uiteindelijk doet het er niet toe. Zelfs dromerige eenzaten en idealistische don quichots verdienen rust en respect.
 
Als moeder ben ik vooral steeds verbijsterd door de blindheid van scholen en leerkrachten. Elke dag wordt het kind fysiek belaagd. Maar leerkrachten van toezicht zien nooit iets want hebben het te druk met babbelen of kijken altijd net de andere kant uit. En als het kind zich verweert, keert de pester de situatie om zodat het lijkt alsof het kind de agressieveling is.

En dan kookt mijn bloed. Ik heb mijn kinderen geleerd om nooit fysiek te worden, om respect te hebben voor anderen. Maar ik wil hen ook meegeven dat ze mogen opkomen voor zichzelf. Ze hoeven geen slachtoffer te zijn dat weerloos ondergaat maar mogen hun integriteit beschermen, met zachte hand als het kan, met de vuist als het moet.
 
Eerst raadde ik aan om de pesters te mijden, maar ze blijven het kind steeds actief opzoeken. Niet enkel kwetsend met woorden maar ook met daden. Nu spoor ik het kind dan maar aan om fysiek duidelijk grenzen te trekken. Maar het voelt fout want het legt de verantwoordelijkheid weer bij het kind. Terwijl het kind eerlijk gezegd geen macht heeft over die situatie. Niets wat het kind doet of zegt kan bepalen of het die dag zal worden gepest, of niet. Want uiteindelijk zijn het enkel de pesters zelf die elke keer opnieuw beslissen of ze zullen pesten of niet, en waar, en hoe ...

En ik haat het dat zij zo een impact kunnen hebben op de toekomst van het kind, want wat doet het met je zelfbeeld als je altijd en overal mensen tegen komt die de draak steken met wat voor jou belangrijk is, die je dreigen pijn te doen ... en als je beseft dat er eigenlijk niets of niemand is die je daartegen kan beschermen. Ook niet jouw mama met al haar mooie woorden en grootse daden ... 

Alle campagnes en acties te spijt, komt het er gewoon op neer: pesters maken mensen kapot. Maar dat boeit hen waarschijnlijk niet eens. Dus eerlijk gezegd: de pot op met deze zoveelste campagne. Voor al de kinderen en volwassenen die te maken hebben met pestgedrag in welke vorm ook, levert het gewoon niets op. Maak je geen illusies ... En mocht het dat op miraculeuze wijze toch doen, dan kruip ik met veel liefde en toewijding door het stof!

vrijdag 28 september 2018

De leerling en de meester ...

Net voor mijn 40ste jaargang maakte ik een moeilijke tijd door. Ik voelde een immense spanning, alsof ik een elastiek was die maar een klein rukje meer nodig had om helemaal en onherstelbaar te knappen. Ik voelde me een peuter die zich onheus behandeld voelde en loeihard om zich heen wou trappen. Ik sloot de peuter op en besloot om het gewoon keihard uit te zweten, en ervoor te zorgen dat de mensen om me heen geen last hadden van mijn ‘demonen’. Want ik had helemaal geen reden of excuus om me zo te voelen. Ik was de oorzaak, het probleem. Alleen ik. Alles en iedereen rond mij was perfect – gezin, familie, werk, vrienden … Maar in mij kolkte een onverklaarbare razernij.


Ik vocht maandenlang tegen de bijna onbedwingbare drang om op een bus te stappen naar het andere eind van de wereld en alles en iedereen koudweg in de steek te laten. Tegelijk wist ik: mijn demonen reizen gewoon met me mee. Ook aan de andere kant van de wereld zou de rotzooi in mij nog even rot zijn, met daar bovenop het schuldgevoel dat ik zoveel mensen teleurstel en in de steek laat. Het duurde lang, immens lang, maar heel geleidelijk aan trok de mist op en verdween die spanning. De goesting om hard om me heen te slaan en te gillen vanuit het diepste van mijn longen, trok heel langzaam aan weg. Ik dacht dat ik de demonen overwonnen had door die periode lijdzaam uit te zweten, dat ik me een weg had gebaand door het oerwoud door te zwijgen en als enige overlevende eruit was gekomen. Maar ik bleek fout ...


Ik bleek mezelf nog een stukje meer kwijt te zijn, en vooral een groot stuk van mijn luchtigheid. Vroeger was mijn ingesteldheid eerder positief: ik vertrouwde erop dat alles wel weer goed kwam. Een fundamenteel optimisme waar ik veel energie uit putte. Maar plots draaide dat compleet: ik kon niet meer genieten van leuke momenten en gebeurtenissen want ik wist dat alles weer voorbij gaat, ook het mooie, en dat ik niet kon bouwen of vertrouwen want niets of niemand blijft … Ik raakte doordrongen van en vergiftigd door de vergankelijkheid van alles en iedereen. Ik kon mezelf niet eens meer vertrouwen, want ik was nog de meest onbetrouwbare factor van al. Het leek me de prijs die ik had moeten betalen om mijn demonen in het oerwoud achter te laten ...


De jaren erna bleef de angst groot om mijn broze evenwicht weer te verliezen. Ik had ondervonden hoe lang het duurt om jezelf weer op de rails te krijgen. En het bracht ook een heel groot gevoel van eenzaamheid met zich mee want ik kon met niemand delen wat er in me omging. Ik begreep het zelf niet, ik had geen taal om onder woorden te brengen wat er in mij gebeurde. Soms voelde ik de kloof heel dichtbij gapen, met daarin de grijnzende demonen, maar dan sloot ik mijn ogen en negeerde het keihard. Hopend dat het voorbij zou gaan. Veelal deed het dat, ebde de onrust weer weg.


Laag na laag kwamen er de voorbije maanden en jaren steeds maar zaken bij waar ik niet over kon en wou praten. Omdat het te persoonlijk was. Omdat ik te gekwetst en te bang was. Omdat het anderen zou kwetsen. Omdat ik zelf nog niet in staat of bereid was om de consequenties van mijn uitgesproken gevoelens en gedachten te dragen. Mijn leven werd steeds meer schone schijn. Ik raakte steeds meer van mezelf vervreemd en verloor mijn authentieke stem en mijn persoonlijke geluid. En zo groeide de stilte en de afstand rond en in mij steeds dikker en dikker. Totdat ik plots besefte dat ik totaal alleen stond, dat ik helemaal vervreemd was van iedereen om me heen en nog het meest van al van mezelf. Ik voelde geen enkele verbinding meer, met niemand. Alsof alles in mij één grote en lege vlakte was. Het was weliswaar niet meer die kermende onrust en die jankende frustratie van ervoor. Eerder een bodemloze leegte, een alles doordringende somberte.


En pas nu besef ik: ik had mijn demonen het zwijgen niet moeten opleggen en hen niet achterlaten in het oerwoud. Ik had hen in de ogen moeten kijken en hen trotseren, niet negeren. Want die demonen zijn uiteindelijk vooral leraars.


Ooit las ik: als de leerling er klaar voor is, verschijnt de leraar. De leraars waren er al lang, maar de leerling was doof, blind en dom. Maar niet meer, nu ben ik er hopelijk klaar voor … Geen idee waar ik zal uitkomen, maar hopelijk is het in een tijd en op een plaats waar ik mijn stem en taal terug heb gevonden ...

dinsdag 23 januari 2018

Afscheid van Loki ...


Veel te snel na Jambo en Galaxy, moeten we ook afscheid nemen van Loki; onze Noorse god van chaos en onvoorspelbaarheid … 

Want zo kwam ze in mijn leven: door een onvoorziene speling van het lot. 16 jaar geleden vertoefde ik veel in het buitenland voor het werk, en vond het maar sneu voor Jambo dat die zoveel alleen thuis zat. Ik overwoog dus een vriendje voor haar. Rond die periode was er een wilde kat in de tuin bij mijn ouders die daar een nestje wierp. Een paar maanden later slaagde mijn papa erin om twee kittens te vangen. Het ene katje bleek zo wild dat het houden geen optie was, na twee seconden waren onze armen en handen volledig open gekrabd. Het andere – een donkergrijs gevlekt pluizenbolletje – kromp in mekaar en bleek zo heel makkelijk mee te nemen naar huis. Dat toonde meteen haar karakter: zacht en lieflijk als haar pels. En zo is ze altijd gebleven: every inch a lady. Ze werd wel een huiskat, maar bleef toch altijd op haar hoede en hield afstand.

Meteen waren de machtsverhoudingen duidelijk: Jambo heerste absoluut. Echt geklikt heeft het nooit tussen hen. Ze leerden elkaar dulden, al moest Loki wel heel veel verdragen. Als ze de regels volgde - zoals bij etenstijd: eerst at Jambo, de overschotjes waren voor haar - viel het mee, maar als ze eens buiten de lijntjes kleurde, kreeg ze letterlijk een snauw en een knauw. En zo onderging Loki bijna 15 jaar lang het schrikbewind van Jambo.

Echt veel contact kregen we nooit met haar. Ze was veel te schuw, zeker voor een gezin met jonge kinderen en de drukte en het lawaai die daarbij horen. Pas de laatste jaren – nu het tweetal ouder is en heeft bewezen een groot hart voor dieren te hebben – leek ze zich iets beter thuis te voelen bij ons. Al moesten we haar altijd met zoveel omzichtigheid benaderen dat het bijna lachwekkend is. Nooit rechtstreeks op haar afstappen, niet luid praten, geen plotse bewegingen maken, zeker niet boven haar uittorenen maar op gelijke hoogte met haar blijven, haar niet recht in de ogen kijken … Enkel dochterlief slaagde er iets meer in haar vertrouwen te winnen, die kon zich altijd net iets meer veroorloven in haar buurt. Waarschijnlijk omdat ook zij zo zacht en rustig van aard is.

Na de dood van Jambo kon Loki ontspannen. We hoopten nog een paar fijne jaren met haar te kunnen delen, totdat de dierenarts bij de jaarlijkse controle vaststelde dat ze een tumor in de mond had. Genezing was niet meer mogelijk. Haar laatste weken en maanden gingen in, waarbij ook zij plots meer toenadering leek te zoeken. Als ik in de zetel ging zitten, kwam ze er meteen bij. Ze wou nabijheid, alsof ze troost zocht in haar ziekte. Die gaven we volop maar helaas ging het veel te snel en de laatste dagen was het duidelijk: het is voorbij. Ze begon minder te eten en plooide zich terug op zichzelf. Het hoefde niet meer voor haar. En we hebben haar signalen begrepen en gerespecteerd. Morgen komt de dierenarts en volgt het afscheid van dat mooie, lieve dametje. Ze hoeft niet meer te lijden. Ze krijgt de rust die ze verdient en verlangt. Maar we zullen haar zo hard missen ...






maandag 27 november 2017

RIP Galaxy (2010 - 2017)

Het spijt me, Galaxy. Het spijt me zo dat je bijna nooit de mooiere kant van de mens hebt mogen zien en beleven. Je bent gefokt en grootgebracht om te koersen. Je startte veelbelovend met als gevolg dat mensen een strijd om jou voerden zodat je maandenlang stond te verkommeren op een zompige weide. Daar heb ik je drie jaar geleden gevonden, en het enige dat ik toen kon doen, was je regelmatig hooi en wortelen geven om de winter door te komen en je eigenaars onder druk zetten om een oplossing voor jou uit te dokteren. Even kwam ik zelfs in de verleiding om jou zelf te kopen, de strijd tussen hart en verstand ging van start. Maar uiteindelijk raakten de mannen het weer eens, en ging je tweede leven als koerspaard in.

Ik verloor je uit het oog, maar dacht nog veel aan jou en volgde je vanop afstand. Het bleek een leven met veel ups en downs, aan je loopbaan te zien. Op een dag kwam je weer op mijn pad. Je deed het niet goed genoeg in de koers, en ik kreeg dus de vraag of ik je toch niet wou kopen. Even heb ik dat heel erg overwogen, totdat bleek dat je zelfs als recreatiepaard geen toekomst had. En pakweg twintig jaar lang elke maand 400 euro neertellen voor een paard om gewoon in een weide te staan, dat lag helaas niet in mijn mogelijkheden en was in mijn ogen ook niet de beste oplossing voor jou … Zolang je maar niet naar het slachthuis moest, wist ik dus dat ik jou opnieuw moest loslaten. Ze beloofden dat als je niet meer kon koersen, er vast nog wel een toekomst als fokmerrie voor jou was, dus ik was er gerust in en liet mijn droom los. De rede had overwonnen.

En toen ontdekte ik deze zomer dat je toch weer koerste. En ging ik zelfs eens een kijkje nemen om je aan te moedigen. Maar dat was meteen ook de laatste keer dat ik jou zag en iets van jou hoorde. En vandaag kreeg ik dan het nieuws dat je er niet meer bent ... Te blessuregevoelig voor de koers ... Waarom ze niet met jou zijn gaan fokken, blijft de grote vraag. En als ik aan jouw einde denk … Ik besef dat de kans heel klein is dat ze je een waardig en zacht einde hebben gegund. Een paard dat niet rendeert bij leven, moet dan maar renderen in het slachthuis, als vlees … En zo ben je gestorven zoals je geboren bent en geleefd hebt: als object voor zoveel mensen. Jouw noden stonden nooit centraal, kwamen zelfs nooit in het vizier. Je moest telkens maar ondergaan wat mensen boven jouw hoofd beslisten, over je leven en je dood. Want je moest gewoon geld opbrengen, indien niet levend, dan maar dood … En dat maakt me zo boos. Je verdiende zoveel meer en beter. Mijn spijt is groot dat ik het niet wist. Dat ik niet een laatste kans kreeg om je te redden van de slachtbank. Want zo heb ik het gevoel dat ook ik jou ultiem in de steek liet …

Daarom: het spijt me verschrikkelijk hard, Galaxy. We waren je niet waard …

donderdag 10 november 2016

Restart to run ...

Ongeveer 1,5 jaar geleden maakte ik kennis met de lsd-lopen (lsd: long slow distance) die uiteindelijk mijn grote liefde zouden blijken. Urenlang lopen langs velden, jaagpaden, bossen … met je ademhaling en voetstappen in perfecte cadans. Volledig één met de natuur, met de weg, met jezelf. Enkel een andere loper begrijpt waarschijnlijk wat daar zo verslavend aan is … Soms pruttelde de heup even tegen maar met een loopgemiddelde van 40 km per week, leek me dat heel normaal. Soms was ik zo in de ‘flow’ dat ik de ene dag een halve marathon liep en de dag erop nog eens 12 km. Voor minder dan 10 km kwam ik mijn zetel niet meer uit.

Maar de tegenpruttelende heup werd steeds venijniger. Al merkte ik dat pas echt toen ik eens met de loopclub iets sneller dan mijn gewone loopsnelheid had volgehouden. Bij het naar huis rijden, kon ik bijna niet meer schakelen omdat mijn heup zo pijnlijk was. En dat was blijkbaar de genadeslag want sindsdien ging de pijn niet meer weg. Als ik begon te lopen, startte ik de eerste kilometer steeds mankend en jankend van de pijn maar dan zwakte de pijn af en ging het lopen verder goed dus ik maakte me niet echt zorgen. Ik werd al een dagje ouder. Wie zulke afstanden wil lopen, moet maar op zijn tanden bijten. No pain no gain … Totdat ik bijna van de trap viel wegens krachtverlies en dus toch maar eens naar de sportarts ging voor een paar onderzoeken.

De peesaanhechting van de hamstring aan de heup bleek zwaar ontstoken. Een beroerde plaats want die pees staat constant onder druk (zitten, staan, stappen, lopen …) dus die kan je niet even laten rusten om te genezen. Doorgedreven kine, zware ontstekingsremmers en zoveel mogelijk rusten moesten soelaas brengen. Maar de peesontsteking bleek chronisch en ook de scans gaven geen reden tot juichen: geen acute letsels maar wel chronische overbelastingsletsels (tendinopathie en tendinose). Na 22 beurten bij de kine, stuurde die me verslagen naar huis: kine had geen zin. Ontstekingsremmers bleken ook weinig baat te hebben want een pees is weinig doorbloed dus medicatie raakt daar niet of nauwelijks. Uiteindelijk was het dus gewoon afwachten. Lopen was geen optie want de ontstoken pees zou uiteindelijk gewoon scheuren dan. Pas na vijf maanden looppauze leek de ontsteking stilaan te beteren en mocht ik voorzichtig starten met fitnessen om spierkracht op te bouwen.

Want daar lag blijkbaar een hoofdoorzaak van mijn blessure: mijn spieren waren niet sterk genoeg voor die loopintensiteit. Ik had veel te snel afstanden opgebouwd en wist niet dat uithouding en spierkracht niets met elkaar te maken hebben. En verder laste ik veel te weinig rustmomenten in, ik bleef maandenlang doorgaan zonder dat lichaam eens tijd te geven om te recupereren. Veel beginnersfouten dus voor iemand die al meer dan 20 jaar loopt … Maar ik was aanvankelijk een loper van korte afstanden. Tot twee jaar geleden liep ik nooit meer dan 8 à 10 kilometer. Wist ik veel dus …

Na een maand fitness mocht ik de loopband voorzichtig uittesten. Eerst 10 minuten, dan een kwartier en dan 20 minuten. De pees en hamstring lieten zich voelen maar als ik de dag erna rustte, was dat weer weg. En zo ben ik midden oktober voor het eerst weer de weg opgegaan. De sportarts gaf nog wat gouden raad: heel rustig aan opbouwen, veel afwisseling in afstanden (van 30 tot 60 minuten) en vooral voldoende rustdagen inbouwen. Pas in het voorjaar weer 10 km lopen en de halve marathon nog een half jaar later …

Ik moet mezelf dus zwaar afremmen. Want vorig weekend liep ik plots weer meer dan een uur terwijl dat eigenlijk nog niet mag, gewoon omdat het zo goed voelde en de uithouding blijkbaar nog wel snor zat. Zodat de hamstring en de pees weer gevoelig zijn nu. Een belangrijke waarschuwing dus want zelfs na een maand fitness blijken de hamstrings nog ferm verzwakt dus als ik meteen weer te grote afstanden loop, zal de ontsteking weer vlug de kop opsteken. Ik zal mijn enthousiasme dus toch een beetje moeten beteugelen, en vooral zorgen dat ik niet weer in dezelfde val trap. Voorlopig hou ik het dus bij korte loopjes, hoe hard het ook kriebelt.

maandag 31 oktober 2016

Vaarwel Jambo ...

Vorig weekend moesten we afscheid nemen van mijn oudste huisgenootje. Een lang aangekondigde dood, en tegelijk toch onverwacht en snel.

Onze voorgeschiedenis kwam in een eerdere blogpost al aan bod. En uiteindelijk heeft ze na die diagnose nog 2,5 jaren geleefd. Zelfs de dierenarts stond versteld van haar kracht en uithouding. En ik was elke dag dankbaar voor haar aanwezigheid want die laatste jaren konden we echt volop genieten van haar. Ze omarmde ons gezin na ons jarenlang afgewezen te hebben en ik kon de connectie soms bijna lijfelijk voelen. Dan keken we diep in elkaars ogen. Als ik dan even mijn beide ogen tegelijk sloot, alsof ik met twee ogen geruststellend knipoogde, dan zag ik haar ontspannen. Daar kon ze zo van genieten: elkaar gewoon aankijken. Of haar kopje aaien en kussen. Verder wou ze niet teveel lijfelijk contact en zeker niet schootje zitten, maar die vluchtige aanrakingen vond ze wel fijn en vroeg ze ook zelf.

Of als ze iets wou, kwam ze me soms letterlijk halen. Dan kwam ze naar mij toe, miauwde even kort en als ze mijn aandacht had, stapte ze weg als teken dat ik haar moest volgen. Om de zoveel passen, stopte ze dan eens en keek om te zien of ik nog wel volgde. En zo bracht ze me naar de buitendeur (ik wil buiten), naar haar bakje (ik wil eten) … De kinderen vonden dat altijd fantastisch om te zien. Met hen kon ze dan weer spelen. De vloermat, een touwtje … als ze maar iets lieten bewegen, sprong ze er meteen bovenop. Zelfs als hoogbejaarde en zwaar zieke vrouw, was haar jachtinstinct nog intact.

Al zagen we haar toch heel langzaam aan achteruit gaan. We dachten steeds dat ze niet meer verder kon vermageren, maar zelfs als skelet-met-pels bleef ze energiek en ondernemend. Na de zomer begon ze plots een dikke buik te krijgen en wisten we dat dat niet deugde. Maar ze had geen pijn, was rustig en tevreden, dus we lieten haar kaarsje heel langzaam uitdoven. 

Het einde kwam uiteindelijk toch nog heel snel. De ene dag was ze nog levendig en at ze met veel smaak en goesting, de volgende ochtend vonden we haar verstijfd van de kou aan de voordeur. We namen haar meteen in huis om op te warmen maar haar lichaam voelde heel vreemd aan. Blijkbaar was ze blind en lam. Rond de middag was merkbaar dat ze razendsnel achteruit ging en dat ze het moeilijk kreeg. Ik belde de dierenarts om haar lijden te stoppen maar die kon pas een paar uren later komen. Dat heeft ze zelfs niet meer gehaald: haar ademhaling ging steeds moeilijker en tegelijk werd ze soms boos en probeerde om nog uit haar mand te komen. Maar haar lichaam wou niet meer mee. Ze heeft dus gevochten tot haar laatste snik. En toen – met een paar zenuwtrekken en rillingen door haar lijfje - was het plots voorbij … En was ik zelfs een beetje opgelucht dat ze zelf was gestorven en de stress van de dierenarts niet meer hoefde door te maken. Ze heeft haar moment zelf gekozen. Zij was de kapitein van haar leven, zoals steeds. 

Nu voel ik haar soms nog in de keuken, en heb ik de neiging om te kijken waar ze zit om haar niet onder de voet te lopen. Of het lijkt alsof we haar nog zien liggen aan de voordeur waar ze een kuiltje had gemaakt om lekker te slapen terwijl ze wachtte op ons om thuis te komen na een werk- of schooldag. En in mijn hart en gedachten dank ik haar dan altijd. Voor de mooie tijd samen, meer dan 15 jaren, voor de warmte die ze gaf. Rust zacht, lieve lieve Jambo. Je wordt gemist …

vrijdag 2 september 2016

Een grote start ...

Dat dochterlief intussen al naar het derde leerjaar gaat, hallucinant gewoon hoe snel de tijd gaat. Het lijkt nog maar een week geleden dat ik haar voor het eerst naar school bracht … Zij keek alvast uit naar de start van het nieuwe schooljaar: het weerzien met haar vriendinnetjes en zelfs opnieuw rekenen. Haar grijze hersencellen hadden er blijkbaar zin in om weer aan de slag te gaan …

Maar de grootste mijlpaal was uiteraard voor zoonlief: naar het eerste middelbaar. De laatste dagen van de vakantie slingerde hij heen en weer tussen enthousiasme en bezorgdheid. De eerste dag bracht ik hem nog naar school en wachtte hem na schooltijd op zodat ik meteen alle verhalen vers van de pers kon aanhoren. De eerste indruk bleek alvast positief. Een klas van 24 leerlingen, iets meer jongens dan meisjes. Het moeilijkste voor hem was de vaststelling dat alle andere kinderen minstens één iemand al kennen en dat hij als complete nieuweling in de groep is gesmeten. Dat was wel even slikken voor hem. Maar de meesten leken hem wel leuk dus nu even afwachten hoe dat evolueert.

De tweede schooldag moest hij voor het eerst met de bus naar school. En bleek dat toch wel een grote stap te zijn want hij belde vanop de bus om te zeggen dat hij eigenlijk twijfelde of het wel de juiste was. Gelukkig kon ik hem snel geruststellen. Een half uur later opnieuw telefoon want hij was op school maar daar vond hij niemand van zijn klas terug dus hij raakte even in paniek. Hem weer gerustgesteld dat ze wel zouden komen. Het was nog maar 8u en de school startte pas rond 8u30. Maar ik kon me zo voorstellen hoe beangstigend het moet zijn om als kleine jongen tussen al dat tienergeweld te moeten rondlopen en geen enkel bekend gezicht te zien. Dat was dus even slikken, vooral voor hem: hij moet plots veel zelfstandiger worden en zijn plan leren trekken. En voor mij: want ik kan hem niet meer rechtstreeks helpen en steunen, enkel nog wat vanop afstand. Als controlefreak is dat toch even wennen …

Of het allemaal nog goed is gekomen, hoor ik pas vanavond. Vandaag gaan de acht klassen van het eerste middelbaar op kennismakingsuitstap. Hopelijk slaagt hij erin om wat contacten te leggen zodat hij zich stilaan wat thuis kan beginnen voelen op school. En eigenlijk ben ik vooral heel trots op hem want hij heeft het lef gehad om daar zelf voor te kiezen: een school waar hij niemand kende, in plaats van zijn vroegere klasgenoten gewoon maar te volgen. Nu maar hopen dat hij snel contacten legt, dat hij goed wordt opgenomen in de klasgroep en dat hij over een week heel blij is met zijn keuze. Ik gun het hem zo ...