donderdag 24 april 2014

Me-time

Deze bemande vrouw heeft een heel ingrijpende beslissing genomen. Eentje waarvan ons huis op zijn grondvesten staat te daveren, en dat mijn kinderen zelfs een beetje verweesd achterlaat. Want: het mamadier heeft beslist dat ze minstens één avond per week heel egoïstisch gewoon voor zichzelf opeist. De mededeling werd aanvankelijk schouderophalend, en zelfs een beetje lacherig, onthaald want dat is een voornemen dat ik al meermaals heb geuit. Maar uiteindelijk was één dochtertraan steeds genoeg om me telkens toch maar aan huis gekluisterd te houden. Of was er altijd wel een goede reden voor uitstel, en van uitstel komt afstel ...

En zo groeide het gevoel dat er niets meer in het leven was dan werk en huishouden, in mijn leven dan toch. Aangezien ik geen zin heb om weer in hetzelfde straatje te belanden als een paar jaar geleden – remember the midlife crisis -, was het dus duidelijk dat ik er daadwerkelijk iets aan moest doen. Want hoe graag ik mijn gebroed ook zie, ze eten me gewoon op met huid en haar als ik hen laat doen.

Ik zet dus door. Niet dat die ene avond volgestouwd moet zitten met wereldschokkende ervaringen. Ik denk eerder aan een etentje met een vriendin, een wandelingetje en terrasje met mijn moeshke, een film of andere voorstelling ... Gezelschap is daarbij zelfs geen vereiste. Die avond kan dus zelfs bestaan uit gewoon in alle rust, kalmte en eenzaamheid een boek lezen op een verlaten planeet … Mogelijkheden te over!

Gisteren probeerde dochterlief nog eens op mijn schuldgevoel te werken door een vloedgolf van hete tranen te plengen bij het afscheid maar ik heb volgehouden, en ben er zelfs in geslaagd te genieten van een gezellige avond zonder teveel schuldgevoelens.

De prijs van mama van het jaar zal ik er waarschijnlijk niet door winnen maar misschien krijg ik er wel een greintje van mijn identiteit en persoonlijkheid mee terug, en dat lijkt me ook al veel waard ...

donderdag 3 april 2014

Goed nieuws is geen nieuws ...

Normaal gezien blog ik niet over mijn werk. Niet omdat dat oersaai is of omdat ik horken van collega’s heb – integendeel zelfs. Wel omdat ik mijn werk en privéblog gescheiden wil houden. Maar de voorbije weken en maanden zit ik toch met een ei. En als de tijd er rijp voor is, moet dat ei gelegd worden ...

Echt over mijn werk gaat het niet eens. Het gaat meer over de vaststelling dat we positieve verhalen blijkbaar niet meer aan de straatstenen kwijt raken. Dat was een aantal jaren geleden al zo, maar neemt hand over hand toe. Vroeger werden beleids- en actieplannen al feestelijk genegeerd wegens saai en dor maar konden we nog wel eens een idee kwijt als we dat koppelden aan een ‘mensenverhaal’: een jongere die zijn persoonlijke ervaringen deelde om zo (indirect) ook beleidskeuzes te illustreren. Maar stilaan stellen we vast dat zelfs een persoonlijke case enkel nog aandacht krijgt als die iets aanklaagt.

Op een blauwe maandag was ik zelf nog journalist dus ik weet nog wel een beetje hoe het werkt, maar steeds meer stel ik een omkering vast van het adagium ‘geen nieuws is goed nieuws’ tot ‘goed nieuws is geen nieuws’. Ik heb geen enkel probleem met kritische journalistiek. Dat mag én moet zelfs. Maar dit gaat niet meer over kritische vragen, dit is een totale afwezigheid van een evenwichtige berichtgeving. Enkel negatieve berichten halen nog het nieuws. Maar positieve verhalen? En dan meer dan een luchtige uitsmijter maar echt een verhaal met body en inhoud. Terwijl ook die er met overvloed zijn. Niet enkel in de sector van de jeugdhulp maar overal.

Mensen zijn ramptoeristen. Passeert een brandweerwagen met loeiende sirene, dan moet je bijna de neiging bedwingen om er achteraan te gaan. Is aan de overzijde van de autostrade een zwaar ongeluk gebeurd, hou je voorligger dan maar extra in de gaten want die staat gegarandeerd op de rem om toch maar een glimp op te vangen van de miserie aan de overkant. Het jammere is dat de journalistiek daar compleet in meegaat. Ellende verkoopt. Een kind dat al tig instellingen heeft gezien: headline! Een jongere die zijn leven weer op de rails heeft gekregen, onder meer dankzij de jeugdhulp: prullenmand. Iemand die met zo’n complexiteit van problemen kampt dat geen enkele instantie of hulpverlener nog raad weet en iedereen de handdoek in de ring gooit: berichten vol schande en banbliksems. Een gezin dat weer samen op weg kan na intensieve begeleiding omdat het weer het geloof, het vertrouwen en de kracht heeft gevonden om het te rooien als gezin: geeuw ... Is het ene dan werkelijk zoveel nieuwswaardiger dan het andere? Belangrijker? Echter?

Er zijn inderdaad voorbeelden te geven van kinderen en jongeren met wie het echt niet goed gaat, helaas. Die tussen de mazen van het net vallen. Die niet de hulp krijgen die ze nodig hebben. Stuk voor stuk pijnlijke voorbeelden, en elk geval is er één teveel waar de beleidsmakers hopelijk uit kunnen en zullen leren. Maar we spreken over zowat 27.000 minderjarigen op jaarbasis die bijzondere jeugdhulp krijgen, al dan niet vrijwillig. Is het realistisch te verwachten dat je voor elk van die kinderen, jongeren en hun gezinnen steeds de ideale hulpverlening aanbiedt, en dat het nooit eens misloopt?

Die klachten en twijfels over jeugdhulp verdienen aandacht en mogen gehoord en gezien worden. Maar enkel daar oog voor hebben, is op zijn beurt oneerlijk tegenover de vele kinderen, jongeren en hun gezinnen die zich zo hard inzetten om hun leven weer vorm en inhoud te geven, die vechten om het hoofd weer boven water te krijgen en te houden. Zo blijven ze kampen met dat stigma van jeugdhulp. En zijn er misschien ook velen die zelfs geen hulp durven zoeken of vragen omdat jeugdhulp blijkbaar een slangenkuil is waar geen heil van te verwachten is.

Jeugdhulp is geen oord van hel en verdoemenis. Het zo keer op keer voorstellen, is ook nog eens een totale miskenning van de vele honderden, zelfs duizenden hulpverleners die elke dag met moeilijke situaties worden geconfronteerd en elke dag opnieuw er toch weer voluit voor gaan en erin blijven geloven met hart en ziel.

Voilà, het ei is gelegd ...