vrijdag 29 november 2013

Morbus sever ...

Mijn woorden waren nog niet koud of ik mocht met zoonlief nog eens naar de huisarts. Na de baskettraining van maandag had hij een heel pijnlijke hiel die dagenlang bleef aanhouden. Het leek me dan ook beter om eens op controle te gaan en zijn trainingen tijdelijk stil te leggen. Na een uitgebreid onderzoek bleek de reden te liggen bij een geïrriteerde groeischijf in het hielbeen, waarschijnlijk door overbelasting bij het sporten. Voor de liefhebbers, de medische term is ‘morbus sever’. Nu mag ik trouwens naar een sportarts voor de verdere behandeling. Die ontbrak inderdaad nog in het rijtje specialisten die ik met zoonlief al heb mogen bezoeken ... :-)

En nog op maandag werden we rond 5u ’s ochtends plots wakker door een hevig huilende zoon. Toen ik bij hem kwam, stond hij midden in zijn slaapkamer. Blijkbaar heel erg in de war en het enige dat hij kon uitbrengen, was dat hij de deur niet meer vond ... Na een tijdje kalmeerde hij weer en kroop braaf in bed om verder ongestoord verder te slapen. De volgende dag kregen we het volledige verhaal te horen: zoonlief was plots wakker geworden op de grond in het midden van zijn kamer en was uiteraard totaal gedesoriënteerd. Ik dacht nochtans dat het slaapwandelen er intussen was uitgegroeid. Iets te vroeg geroepen dus ...

Kortom: never a dull moment met zoonlief ...!

donderdag 28 november 2013

Zwart op wit ...

Deze week was het oudercontact voor dochterlief. De juf toonde me bij aanvang een bijna leeg blad. Wat gelukkig positief bleek te zijn want dat betekende dat er nergens opmerkingen of werkpunten waren. Dochterlief is vriendelijk, rustig, slim, taalvaardig, hulpvaardig en beheerst alles dat ze in het derde kleuterklasje moet kennen: getallenbeelden tot tien, fijne motoriek, schrijfbeginselen ... Dat ze soms in spiegelschrift schrijft, is geen probleem en daarin is ze zeker niet de enige. Dat gaat er nog wel uit met de tijd. Ze leeft afspraken na, levert werkjes keurig op tijd af en werkt netjes en secuur. Ze is ook leergierig. Wat we ook thuis mogen merken want deze week wilde ze zowat elke avond ‘bingo’ spelen zodat ze zelf de cijfers (tot 90) kon zeggen. Ze verwisselt de cijfers nog wel eens en maakt dan bv. een 27 van 72 maar toch, ze oefent koppig verder.

Over het eerste leerjaar hoeven we ons dus geen zorgen te maken. Haar zullen we juist moeten intomen en ervan overtuigen dat fouten maken mag en dat niet alles perfect moet zijn. Want ze is zo streng voor zichzelf. Als ik haar erop wijs dat ze iets in spiegelschrift schreef of dat ze cijfers heeft omgewisseld, dan zie ik droefenis en zelfs wat schaamte in haar ogen. Alsof ze het gevoel heeft te falen. Terwijl we haar vooral duidelijk willen maken dat fouten maken, erbij hoort en helemaal niet erg is. En dat je kan leren uit fouten. Bij haar zullen we dus fluwelen handschoenen moeten aantrekken, om haar steeds positief te stimuleren en ervoor te zorgen dat ze niet te maken krijgt met verlammende faalangst. Want ik wil niet dat haar zelfbeeld afhangt van haar prestaties, vooral niet als ze de lat zelf zo hoog legt dat enkel perfectie goed genoeg is voor haar.

Dus mijn liefste meisje, hier nog eens zwart op wit: je hoeft helemaal niet perfect te zijn. Je mag gerust fouten maken, veel zelfs. Het enige dat we verwachten, is dat je je best doet. En daar twijfel ik alvast geen seconde aan ...

vrijdag 22 november 2013

Een late roeping ...

Sinds de geboorte van zoonlief beklaag ik me regelmatig mijn eerdere studiekeuze en voel ik een (te) late roeping als medicus. Dan had ik ongetwijfeld veel plezier aan hem beleefd want hij blijkt meermaals een interessante kluif voor de arts die hem voor zich krijgt. Ook als niet-medicus sta ik trouwens veelal te kijken bij de vreemde verschijnselen die zich al eens manifesteren bij hem, maar nu ben ik helaas afhankelijk van anderen om de juiste medische term te weten te komen. Let wel: zoonlief is absoluut geen zorgenkindje. Dat besef ik heel goed en daar ben ik heel erg dankbaar voor. En daardoor zie ik de humor in van de medische terminologie die ik met de regelmaat van de klok mag aanhoren. Zo leerde ik de woorden adeno-virus, atypische kiem en streptokokkeninfectie (dankzij de huisarts), atopisch eczeem, koude urticaria en impetigo (dankzij de dermatoloog), lijmoor (dankzij de neus-keel-oor-arts) en sinds kort ook kaasmolaren (dankzij de tandarts).

Ik zei het reeds: mijn tandarts verdient een standbeeld en eeuwige roem. Zo heeft ze een tijd geleden ontdekt waar mijn stijve nek toch vandaan kwam . En bij het routineonderzoek van zoonlief zijn gebit stelde ze plots de vraag of zoonlief veel ziek is geweest met hoge koorts tijdens zijn eerste jaren ... Ik herinnerde me prompt zijn twee eerste levensjaren waarbij hij van ene infectie in de andere ziekte sukkelde met meer koortsdagen dan gewone, om over de nachten maar te zwijgen ... We zijn nog altijd getraumatiseerd. De minicrèche waar hij oorspronkelijk ging, heeft na een paar maanden zelfs uit eigen beweging gevraagd om toch maar een andere opvangoplossing voor hem te zoeken aangezien hij elke bacterie en elk virus leek op te pikken. Met acht oorontstekingen op één winter tijd als triest hoogtepunt en als gevolg een jarenlang totaal verziekt slaappatroon van ons hele Bollewerkje.

Ik moest dus even slikken bij de tandarts. Hoe ze dat wist? Momenteel is zoonlief volop aan het wisselen en veel van zijn nieuwe tanden blijken gele verkleuringen te hebben. Dat was me ook al opgevallen maar ik dacht dat die verkleuring normaal was en nog wel zou verbeteren. Nu blijkt dat de vele koortsdagen in zijn prille kindertijd de kiemen van zijn definitieve tanden hebben aangetast. Gelukkig zijn de bovenste voortanden grotendeels gespaard (die zijn het grootste en vallen dus het meeste op) maar zijn kiezen blijken erg aangetast. En dat betekent ook dat zoonlief waarschijnlijk een zwak gebit zal hebben want tanden die aangetast zijn met ‘kaasmolaren’, zijn kwetsbaar en erg gevoelig voor tandbederf. Een poetsbeurt overslaan, is vanaf nu dus zeker geen optie meer. Gelukkig zijn er nog apps op de iPad die het poetsen wat leuker maken ...

dinsdag 5 november 2013

Overwinning ...

Ons Bollewerkje is een mix van herbivoor (moi) en omnivoren (de rest), waarvan de meerderheid (de mannen) toch wel heel hard neigt naar carnivoor. Aangezien ik meestal de scepter zwaai in de keuken, stelt dat me soms wel voor ethische bezwaren. Vegetarisme is een persoonlijke keuze. Het is dus niet aan mij om een veggie levensstijl aan mijn huisgenoten op te leggen. Ik respecteer hun keuze om vlees te eten. Maar het was toch met groeiende tegenzin dat ik vlees kocht bij de slager of in de supermarkt. Vooral door de onduidelijkheid. Waar waren deze dieren gekweekt? Hoe hebben ze geleefd? Welk voer hebben ze gekregen? Hoeveel oog was er voor hun welzijn? Hoe zijn ze gestorven? Hoe lang heeft hun lijdensweg geduurd? Zijn ze zowat heel Europa rondgereisd – al dan niet levend – om toch maar zoveel mogelijk subsidies op te brengen? Mijn GAIA-verleden heeft me genoeg geleerd over kistkalveren, batterijkippen en -konijnen, varkenskwekerijen en -mesterijen, meedogenloze dierentransporten, een op hol geslagen industriële vleesindustrie op internationale schaal enz. om in elk stukje vlees een brokje hel te zien...

Een jaar geleden zocht ik mijn toevlucht bij een bioslager in de buurt maar helaas vonden mijn huisgenoten het vlees niet lekker en was ik terug bij af. Maar een maand geleden vond ik toevallig een lokale hoeveslagerij. Daar kan je om de twee weken rechtstreeks bij de boer vlees bestellen. Daarbij krijg je ook informatie over de dieren in kwestie. En zo heb ik toch iets meer gemoedsrust nu ik weet dat het vlees komt van dieren die hebben geleefd op een plaats en in omstandigheden met oog voor hun welzijn, die aangepast en gezond voer kregen en die dichtbij de boerderij zijn geslacht. En gelukkig blijkt het ook nog eens heel lekker te zijn want de bordjes worden braaf leeg gegeten.

Het voelt dus toch aan als een hele kleine overwinning van een veggie kleinduimpje op de industriële vleesindustrie ...