woensdag 24 oktober 2018

Wat ik niet eerder deelde - deel 2

Intussen weten velen dat het Bollewerkje een bewoner minder telt. Voor sommigen kwam dat als een donderslag bij heldere hemel, voor anderen waren de signalen vooraf overduidelijk. Het moeilijkste was vooral dat zoveel de voorbije tijd onder de oppervlakte bleef als bewuste keuze om de jonge bewoners hier zoveel mogelijk te sparen. Want als we het doodvonnis van onze relatie uitspraken bij familie, vrienden ... zou er al eens iets over gezegd of gevraagd worden, en konden de kinderen iets opvangen. En ik wou hun zorgeloosheid niet ondermijnen: als ze het wisten, zouden ze elke stap en elk woord van ons beginnen analyseren. En zelf misschien hun woorden en daden wikken en wegen uit angst iemand van ons weg te drijven. Dat wou ik in geen geval. Vandaar de beslissing om te zwijgen. Maandenlang, en uiteindelijk zelfs een paar jaar.

Ik krijg dan ook veelal de vraag nu: waarom? En was het - achteraf gezien - ook de juiste keuze?

Mijn drijfveer was vooral de wetenschap dat ik niet gelukkig was in de relatie zoals ze was, maar dat mijn kinderen wel een zorgeloze kindertijd kenden. Ze hadden misschien geen rolmodel van een gezonde en volwassen liefdesrelatie, maar ze hadden wel een warme thuis met twee ouders die hen immens graag zagen. Een uitspraak over scheidingen van filosoof Alain de Botton was een belangrijke motivator hiervoor: “Besef dat de mogelijkheid bestaat dat je een vertrouwd gevoel van ongelukkig zijn inruilt voor een nieuwe, meer complexe vorm van ongelukkig zijn.” Want ik besefte dat uit elkaar gaan voor mij vast een opluchting zou betekenen, maar een groot verdriet voor mijn kinderen. En hun verdriet is altijd erger dan het mijne.

Maar ook al spreek je uit dat een relatie niet langer levensvatbaar is en kan je allebei leven met die gedachte, als je toch nog onder één dak blijft wonen, blijven de ergernissen (groeien). Je blijft dezelfde mensen en als er geen liefde of zelfs vriendschap meer is als bindmiddel, dan drijf je steeds verder uit elkaar. Tot op het punt dat je elkaar gewoon niet meer kan aankijken, laat staan nog iets kan vertellen op een normale manier.

Tot mijn grote spijt moest ik ondervinden dat je in het begin van een relatie het beste in elkaar naar boven haalt, en op het einde enkel nog het slechtste. Ik kreeg een gruwelijke hekel aan mezelf zoals ik geworden was thuis: permanent geïrriteerd en overspannen, cynisch, opgejaagd … Die situatie bleek dus niet langer houdbaar want ook de kinderen ontsnapten niet langer aan de oplopende spanningen. Ze hadden niet langer gewoon twee ouders die naast mekaar leefden, maar stilaan ook twee ouders die nog moeilijk door eenzelfde deur konden.

Toen ze het nieuws vernamen, waren ze dan ook totaal niet verbijsterd. Ze zijn niet dom, en al zeker niet blind. Maar wel verdrietig en teleurgesteld omdat het toch niet kon blijven zoals het was. Alles is nog pril nu en zoeken naar een nieuw evenwicht voor iedereen. Daarbij loopt veel zoals verwacht: een immens deel opluchting voor mij persoonlijk, maar een groot schuldgevoel ten opzichte van de kinderen want zij betalen de prijs: zij moeten nu pendelen tussen twee huizen, en altijd iemand missen. Zodat ze momenteel nog altijd van mening zijn dat ze toch de voorkeur gaven aan de vroegere situatie ...

woensdag 3 oktober 2018

Wat ik niet eerder deelde - deel 1


Bekend Vlaanderen heeft zopas een nieuwe campagne gelanceerd om online haat te verketteren.
 
Ik heb altijd een dubbel gevoel bij die acties. Uiteraard ben ik ook vierkant tegen online haat en andere vormen van pesterijen. Maar eerlijk gezegd geloof ik niet in dergelijke campagnes.
 
Er is nooit eerder zoveel aandacht geweest voor pesten op school, op het werk en elders. Informatie en sensibilisering vliegen ons met de regelmaat van de klok om de oren. Maar die leveren uiteindelijk geen sikkepit op.  
 
Ik heb thuis een kind dat al jaren te maken heeft met pesterijen, in alle mogelijke vormen en op alle mogelijke plaatsen, en uiteindelijk betekent al die aandacht niets. Ik durf er mijn rechterhand om te verwedden dat veel pesters zelfs voluit mee campagne voeren tegen al dat pesten. Dat ze zich niet aangesproken voelen, omdat ze gewoon niet (willen) beseffen dat wat ze doen en zeggen, ook echt wel pesten is.  
 
Het kind had in de lagere school al te maken met pesterijen. Uitsluiten, uitmaken, een duw hier en een trek daar. Soms ving ik wel eens iets op maar ik besefte pas hoe problematisch en grootschalig het was toen het kind na vijf (!) jaren voor het eerst echt sprak over wat er allemaal gebeurde, en vooral de frequentie (dagelijks). De grote aanstoker van dienst vertrok dan net van school dus veel kon ik niet meer ondernemen tegen hem, maar ik was vooral teleurgesteld in de reactie van de school. Tja, ze hadden wel door dat er gepest werd maar dan werd er eens over gebabbeld in de klas, werd eens met een vingertje gezwaaid en mochten alle betrokkenen weer dure eden zweren, en daarna was het terug naar het leven van alledag.
 
Ik stuurde het kind nog op eigen initiatief naar een assertiviteitstraining in de hoop dat het middelbaar anders zou worden. Maar ook daar – en gewoon overal waar het komt – blijkt het kind een ware magneet voor pesters. Dat ligt misschien voor een deel aan het kind: het zoekt geen aansluiting bij anderen maar houdt zich afzijdig – en zo stelt het zich uiteraard extreem kwetsbaar op voor pesters op zoek naar een slachtoffer. En dan is de vraag nog: blijft het kind afzijdig omdat het alle vertrouwen in leeftijdsgenoten verloor na al dat gepest? Of wordt het gepest omdat het zich afzijdig houdt? Waarschijnlijk beide. En uiteindelijk doet het er niet toe. Zelfs dromerige eenzaten en idealistische don quichots verdienen rust en respect.
 
Als moeder ben ik vooral steeds verbijsterd door de blindheid van scholen en leerkrachten. Elke dag wordt het kind fysiek belaagd. Maar leerkrachten van toezicht zien nooit iets want hebben het te druk met babbelen of kijken altijd net de andere kant uit. En als het kind zich verweert, keert de pester de situatie om zodat het lijkt alsof het kind de agressieveling is.

En dan kookt mijn bloed. Ik heb mijn kinderen geleerd om nooit fysiek te worden, om respect te hebben voor anderen. Maar ik wil hen ook meegeven dat ze mogen opkomen voor zichzelf. Ze hoeven geen slachtoffer te zijn dat weerloos ondergaat maar mogen hun integriteit beschermen, met zachte hand als het kan, met de vuist als het moet.
 
Eerst raadde ik aan om de pesters te mijden, maar ze blijven het kind steeds actief opzoeken. Niet enkel kwetsend met woorden maar ook met daden. Nu spoor ik het kind dan maar aan om fysiek duidelijk grenzen te trekken. Maar het voelt fout want het legt de verantwoordelijkheid weer bij het kind. Terwijl het kind eerlijk gezegd geen macht heeft over die situatie. Niets wat het kind doet of zegt kan bepalen of het die dag zal worden gepest, of niet. Want uiteindelijk zijn het enkel de pesters zelf die elke keer opnieuw beslissen of ze zullen pesten of niet, en waar, en hoe ...

En ik haat het dat zij zo een impact kunnen hebben op de toekomst van het kind, want wat doet het met je zelfbeeld als je altijd en overal mensen tegen komt die de draak steken met wat voor jou belangrijk is, die je dreigen pijn te doen ... en als je beseft dat er eigenlijk niets of niemand is die je daartegen kan beschermen. Ook niet jouw mama met al haar mooie woorden en grootse daden ... 

Alle campagnes en acties te spijt, komt het er gewoon op neer: pesters maken mensen kapot. Maar dat boeit hen waarschijnlijk niet eens. Dus eerlijk gezegd: de pot op met deze zoveelste campagne. Voor al de kinderen en volwassenen die te maken hebben met pestgedrag in welke vorm ook, levert het gewoon niets op. Maak je geen illusies ... En mocht het dat op miraculeuze wijze toch doen, dan kruip ik met veel liefde en toewijding door het stof!