donderdag 20 november 2014

Bel me niet, bel me wel ...

Onze ontmoeting was totaal onverwacht. Toen ik eens een andere looproute probeerde, passeerde ik een modderige weide met een zielig kijkend paard. Ik besloot even een snelle aai te geven, om dan weer mijn weg te vervolgen. Maar toen was er opeens een klik, bijna een heuse coup de foudre ... Het paard streek zijn hoofd langs mijn armen, snuffelde aan mijn benen en kroop bijna door de draad om dichtbij te kunnen komen. Haar lichaam bedekt met modder, haar manen en staart één klit, zodat ik me moest bedwingen om geen emmer water en roskam te halen en haar een flinke wasbeurt te geven. En sindsdien laat ze me niet meer los …

Bij een volgend bezoekje passeerde toevallig de eigenaar van de weide. Het was niet zijn paard maar dat van een kennis. Zij bleek een vierjarige draver, niet zadelmak. Maar over een paar dagen zou ze weer weggaan dus het dreigde uit te draaien op een kortstondige onmogelijke liefde. Haar eigenaar is van Lede en blijkbaar heeft hij haar ooit gekocht samen met een vriend om wedstrijden te rijden maar leven ze sinds kort in onmin. De man vermoedde dus dat het paard verkocht zou worden. Waarop ik in een opwelling mijn gegevens gaf.

En nu vrees ik de hele tijd een telefoon terwijl ik er tegelijk ook op hoop. Als ze bellen, weet ik dat ik een regelrechte idioot zou zijn om toe te happen aangezien ik haar niets te bieden heb, en nog minder kennis en ervaring bezit als paardenbaasje. Het zou me handenvol geld kosten, zowel haar verzorging en huisvesting, als haar omscholing tot recreatiepaard. Maar anderzijds weet ik ook dat mijn hart breekt als ik neen moet zeggen want ze zit volledig onder mijn huid en ik kan me niet voorstellen dat we ooit nog zo’n aanhankelijk en vriendelijk karakter zullen vinden. En begin ik te dromen … Ik kan haar stallen op een manege met weidegang. Er zijn professionals die een paard zadelmak kunnen maken. En dan kan ik pakweg over een jaar misschien rijden met haar, en zoonlief ook … In mijn hart zie ik het al helemaal gebeuren. Terwijl ik rationeel besef dat het gekkenwerk is. En dat ze misschien nog dertig jaar te leven heeft en ik dus al die tijd voor haar moet kunnen en willen zorgen. Kortom: mijn gezond verstand weet dat het een dagdroom is die ik in ons aller belang niet mag najagen, maar mijn hart gaat uit naar haar en dan zou ik alle praktische bezwaren zo de deur uitgooien …

Ik hoop dus vooral dat die telefoon niet komt, en dat ze dus toch een stabiele thuis heeft waar ze hopelijk een lang en gelukkig leven mag slijten, zodat ik nooit voor die beslissing kom te staan.

Geen opmerkingen: